Hoe voelt een neurodivergente burn-out?

Misschien vermoed jij dat je  een autistische burn-out hebt. Of  je maakt je zorgen om een naaste. Hoe weet je of er sprake is van een neurodivergente burn-out? En waarom is het belangrijk om het verschil te herkennen  met een gewone burn-out?

Gevaar van misdiagnose

Huisartsen en ggz-professionals herkennen een autistische burn-out vaak niet als zodanig. Klachten worden gezien als “depressie”, “angststoornis” “persoonlijkheidsstoornis”  of “long-covid”. Dat kán in combinatie voorkomen. Maar soms slaat zo'n diagnose de plank mis. Het gevaar is dat je dan een  behandeling krijgt die niet werkt. Zoals therapie die zich vooral richt op gedachten of het leren omgaan met stress. Dat helpt je dan niet, want ondanks andere gedachten of nieuwe ‘techniekjes’ blijft de echte oorzaak aanwezig:  structurele overprikkeling en moeten leven in systemen die niet passen bij de manier waarop jouw neurodivergente brein werkt.  Door geen of een verkeerde diagnose  loop je belangrijke informatie mis en blijft het vaak ongelooflijk moeilijk om door het dagelijks leven te navigeren.

Gelukkig is er wel onderzoek  gedaan naar hoe mensen met ASS een burn-out ervaren. Wil je daar over de opzet van dat onderzoek weten? Lees dan het artikel op Autsider.

Hieronder vat ik vier herkenningspunten kort voor je samen. Hier en daar geïllustreerd met mijn eigen ervaring.

1) Intens uitgeput

Je bent niet  “even moe na een drukke dag”. Dat trekt met een goede nacht slapen of een tijdje rustig aandoen wel bij. Nee, je voelt  een verlammende uitputting:

  • Fysieke uitputting: wandelen, traplopen, een bed opmaken, het is loodzwaar
  • Mentale uitputting: nadenken en beslissen gaat traag of lukt helemaal niet
  • Emotionele uitputting: je voelt je leeg of juist snel overspoeld

Alsof je accu niet alleen leeg is, maar gewoon helemaal stuk. Opladen door slapen of rustig aan doen werkt niet meer.

Bij mij deed mijn lichaam nauwelijks nog wat ik met mijn hoofd bedacht. Een bladzijde van een boek omslaan kon zomaar ineens niet lukken. Wandelend kwam ik tot de hoek van de straat en de trap nam ik kruipend, terwijl mijn vriend mijn spullen achter me aandroeg. Dat was echt een angstaanjagende ervaring.

2) Verlies van vaardigheden

Dingen die je ooit op de automatische piloot deed, voelen ineens als loodzware taken.

  • alledaagse dingen die je voorheen prima kon, lukken niet meer.
  • slecht of niet goed meer uit je woorden komen.
  • de eenvoudigste  taken kun je niet meer overzien (een formele brief lezen, een formulier invullen, een mail sturen)

Stofzuigen, strijken, koken, een boodschap, haren wassen…het was een uitputtingsslag of lukte gewoon helemaal niet meer. Een brief van de belastingdienst of het UWV kon ik  niet lezen, laat staan begrijpen. Bij de eerste twee zinnen begon mijn hoofd al te tollen en raakte ik in paniek. “Ik kan dit niet! Lees jij het?” vroeg ik dan. Terwijl ik normaal gesproken nogal goed mijn gedachten kan verwoorden, stokten nu de woorden ergens halverwege brein en tong. Ik kreeg het niet gezegd en soms kwam ik ook niet meer op de juiste woorden.

3) Meer shutdowns en meltdowns

Je tolerantie voor prikkels gaat enorm omlaag. Waarschijnlijk heb je daar normaal gesproken al moeite mee. Maar wat toen nog net te verdragen was, wordt je nu gewoon echt teveel. Kleine tegenvallers, dingen die niet lukken of kleine teleurstellingen, voelen nu als stress die je er écht niet meer bij kan hebben.

Je reageert dan met:

Een shutdown: je klapt dicht, praat nauwelijks meer, reageert traag of helemaal niet.

Ik kroop in bed onder een verzwaringsdeken en het lukte me nauwelijks om te praten of uit te leggen wat er was. Reageren op vragen was moeilijk. Liefst wilde ik helemaal niet reageren.

Een meltdown: een uitbarsting van woede, wanhoop of paniek, soms met schreeuwen, huilen of jezelf terugtrekken in een veilige plek.

Zelf  het bed  opdekken lukte niet meer. Mijn vriend probeerde me onhandig te helpen. Ik wilde hem vertellen hoe het moest, maar kreeg het niet uitgelegd. De juiste woorden kwamen niet uit mijn mond. Uit pure frustratie  kreeg ik een enorme driftaanval. Ik besefte heus wel dat dat een totaal overtrokken reactie was, maar had er geen controle over. En dat besef maakte het nog erger.

4) Langdurige burn-out cyclus

Een autistische burn-out kan lang duren. Maanden, soms jaren. Niet altijd constant even heftig, maar in golven. Er zijn periodes waarin het iets beter gaat. Gevolgd door nieuwe crashes, vaak als je weer “te veel” probeert

Na een paar maanden thuis zitten dacht ik  genoeg hersteld te zijn om weer op te bouwen. Ik had een leuke baan die ik niet wilde verliezen. In de zomer lukte het me om een aantal ochtenden te werken en ’s middags te slapen. Maar toen kwam de herfst. Ik had minder energie en in combinatie met de veranderingen op mijn werk zorgde dit voor een diepe  terugval waardoor ik me opnieuw ziek moest melden.

 

Anders leren leven

Het vraagt veel tijd en rust om te herstellen van een autistische of neurodivergente burn-out. Je kunt daarna niet gewoon terug naar hoe je daarvoor in de wereld stond. Je hebt informatie en begeleiding nodig om ontdekken hoe je een leven ontwerpt dat past bij hoe jouw brein werkt. Daardoor verandert  je interne dialoog van "Wat is er toch mis met mij?" naar "Wat heb ik nodig, zodat het goed met me blijft gaan?" Dat is een verschuiving van zelfkritiek naar compassie en zorg voor jezelf. Van overleven naar kunnen gedijen.

 

Wil je meer weten over mijn eigen ervaring?   Lees dan verder>> Opgebrand« 

Lees ook: Reguliere en een neurodivergente burn-out. Het verschil 

Wil je je eigen ervaring delen? 

Ik vind het fijn als je een reactie plaatst.

Je mag mijn artikel ook delen op de socials. Misschien ken je iemand die er wat aan heeft.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.